| Banketletter
125-150 g amandelen 125-150 g suiker citroenschil 1 klein ei of 250 g amandelpers 125 g boter 125 g bloem ½ dl water 2 g zout verdunde eierdooier
Voor 1 letter van 500 g of 2 staven van 250 g Voor de vulling de amandelen pellen, malen, vermengen met suiker, geraspte citroenschil, ei en zout, en dit mengsel nog eens malen. Dit bewerkelijke onderdeel van de boterletter enige tijd van te voren maken. Van de amandelpers rolletjes maken en als het mengsel wat vochtig is, de rolletjes in bloem wentelen. De helft van de harde boter en 2/3 deel van de bloem in een kom doen, de boter in grote stukken verdelen, water en zout toevoegen en de bestanddelen bijv. met een mes dooreenmengen totdat het water door de bloem wordt vastgehouden. Vooral niet roeren of kneden. Van het overgehouden 1/3 deel bloem telkens een deel gebruiken voor bestrooien van aanrecht of tafel, deegrol en deeg. De nog ongelijkmatige deegmassa in de bloem rondwentelen, voorzichtig met de deegrol bewerken, telkens keren met een pannenkoekmes en daarbij zorgen dat het deeg niet aan de tafel plakt en zo min mogelijk wordt gehanteerd. Het deeg vooral niet dunner uitrollen dan ca. 1/3 cm, bij voorkeur wat dikker. Zodra het mogelijk is , het deeg regelmatig opvouwen, in drieën in de lengte en in de breedte. Bij een kleine hoeveelheid deeg de deeglap in één richting in drieën vouwen. De deeglap zoveel mogelijk vierkant houden. Na 1 toer, waaronder men verstaat 3 maal uitrollen en opvouwen telkens in tegengestelde richting, het deeg ½ uur laten rusten op een koele plaats. Bij elke toer vóór het rusten een deel apart gehouden boter op onregelmatige plaatsen in stukken op het uitgerolde deeg leggen en erin vouwen en dit bij de volgende toer of toeren herhalen totdat alle boter is opgebruikt. Het opgebruiken van de bloem is nodig, anders zou er meer boter dan bloem in het deeg voorkomen en onder het bakken een deel van de boter door het deeg worden losgelaten. Het deeg zou na het bakken ook niet stevige genoeg zijn. Na de laatste rust het deeg de vorm die men nodig heeft. Het deeg uitrollen tot een lap die 1/3 cm dik en 8 cm breed is. De rol amandelpers op het midden van de deegreep leggen, het deeg eromheen vouwen en met water op elkaar plakken. Voor staven en letters uit één stuk met vrije punten, zoals C,M, R, S de uiteinden omlaag en dichtplakken. Voor letters O en D de uiteinden in elkaar schuiven en daarbij zorgen dat de vulling vrijwel aansluit. Voor letters die uit 2 of 3 stukken bestaan (A,H), de deegreep in de gewenste stukken snijden, deze vullen met amandelpers, langs de lange kanten dichtplakken en de vrije punten (2 voor de A, 4 voor de H) dichtplakken. Van het stokje de beide uiteinden iets plat rollen en met water plakken op de gewenste hoogte aan de onderkant van de letter. Een andere wijze van bevestigen is een lage insnijding maken in de staaf, waar een niet afgewerkt uiteinde zo laag wordt ingeschoven, dat het onder de amandelpers ligt. De verbindingen goed aandrukken. De bakplaat nat maken of met bloem bestrooien. Het gevulde deeg op de plaat leggen met de naad naar onderen, letters of staven goed in de vorm leggen en met verdunde eierdooier of verdund ei bestrijken. Debakplaat in het midden van de voorverwarmde oven plaatsen. De letters bruin en gaar bakken in een zeer warme oven bij 200 – 220 oC. Baktijd 30-40 minuten. Het eerste kwartier de oven niet openen. Het banket op een rooster laten afkoelen.
|